Nieuw jurylid Wietse Walinga: ‘Goede voorbeelden verdienen een podium’

De Zuidas Duurzaamheidsprijs 2026 verwelkomt een nieuw gezicht in de jury. Wietse Walinga, mede-oprichter en directeur van het Kennisplatform Duurzaam Gebouwd, neemt dit jaar plaats aan de jurytafel. Vanuit zijn jarenlange expertise op het snijvlak van gebouwen, vastgoed en duurzaamheid brengt hij een scherpe en praktische blik mee. Wij stelden hem een aantal vragen.

Wat trok jou aan in de uitnodiging om jurylid te worden?
‘Mijn persoonlijke missie is om de verduurzaming van de gebouwde omgeving te versnellen. Wat mij aanspreekt aan de Zuidas Duurzaamheidsprijs is dat goede voorbeelden een podium krijgen. Uiteindelijk zijn het niet de plannen, gebouwen of technieken die het verschil maken, maar de mensen achter de initiatieven. Zij laten zien dat verandering mogelijk is en inspireren anderen om ook in beweging te komen. Als één initiatief op de Zuidas leidt tot tien nieuwe initiatieven elders in Nederland, dan heeft deze prijs zijn waarde bewezen.’

Wat maakt een gebouw of initiatief écht duurzaam — voorbij de certificaten en labels?
‘Certificaten en labels zijn een middel, geen doel. Tegelijkertijd onderschat ik hun waarde niet: ze helpen om duurzaamheid zichtbaar en vergelijkbaar te maken. Uiteindelijk gaat het om de daadwerkelijke impact. Een duurzaam gebouw is zo zelfvoorzienend en CO₂-neutraal mogelijk, zowel in de bouwfase als tijdens het gebruik. De belangrijkste vraag is: hoe draagt een gebouw bij aan de gezondheid van de gebruiker? Fysiek én mentaal. Als een gebouw mensen helpt om gezonder, prettiger en productiever te leven en werken, dan maak je echt het verschil.’

Welke kansen zie jij specifiek voor de Zuidas?
‘De grootste kans ligt niet bij individuele gebouwen, maar bij de Zuidas als geheel. Hoe kunnen gebouwen, gebruikers en voorzieningen samen één duurzaam ecosysteem vormen? Denk aan slimme energie-uitwisseling tussen gebouwen, gezamenlijke opslag en het optimaal benutten van lokale opwekking. Daarnaast zou ik het prachtig vinden als de Zuidas zich ontwikkelt tot een echte Blue Zone: een gebied waar duurzaamheid niet alleen gaat over energie en materialen, maar vooral over gezondheid, beweging, ontmoeting en welzijn.’

Waar let jij als jurylid als eerste op?
‘Als eerste kijk ik naar de mensen achter de inzending. Wat drijft hen? Welke uitdaging wilden zij oplossen? Daarnaast let ik op de voorbeeldwerking en kennisdeling. Ik ben op zoek naar initiatieven die niet het best bewaarde geheim van de Zuidas willen blijven, maar die bewust anderen meenemen in hun aanpak. De mooiste inzendingen hebben de potentie om uit te groeien van een lokaal idee naar een regionale, landelijke of zelfs internationale beweging.’

Welke trend verdient meer aandacht op wijkniveau?
‘We moeten veel meer kijken naar duurzaamheid op gebiedsniveau in plaats van op gebouwniveau. Energie-uitwisseling tussen gebouwen is een mooi voorbeeld: niet ieder gebouw hoeft alles zelf op te lossen als gebouwen samen slimmer kunnen omgaan met energie, opslag en verbruik. Initiatieven zoals Energierijk Den Haag laten zien welke kansen daar liggen. Daarnaast verdient duurzaam gebruik van vastgoed meer aandacht. Hoe voorkomen we leegstand? Hoe maken we gebouwen flexibel zodat ze kunnen meebewegen met veranderende behoeften? De meest duurzame vierkante meter is uiteindelijk vaak de vierkante meter die je niet opnieuw hoeft te bouwen. Juist op wijkniveau komen deze vraagstukken samen en ontstaat de grootste impact.’

Welk gebouw op Zuidas vind jij een inspirerend voorbeeld?
‘The Edge blijft voor mij een icoon. Het heeft wereldwijd laten zien dat duurzaamheid, technologie en gebruikerscomfort uitstekend samen kunnen gaan. Tegelijkertijd heb ik veel waardering voor Circl — niet vanwege de omvang, maar vanwege het gedachtegoed erachter. Circl maakte circulair bouwen tastbaar. Ik hoop dat het concept binnenkort ergens opnieuw verrijst, zodat het niet alleen een inspirerend idee blijft, maar ook opnieuw impact kan maken.’

Tekst: Gordana Todorovic
Foto The Edge: Jan Pronk
Foto’s Wietse Walinga: Martin van Kempen